07-12-11

Brussel urban look

P1220305.JPGArchitect Op de Beeck Guy, een oude bekende in Buenos Aires, kwam op bezoek en hield een lezing in het museo de la ciudad op een regenachtige avond. Het was een mooi excuus om de interessante diavoorstelling van de urbanisatie verfraaiing in Brussel te bekijken. Guy Op de Beeck schreef mee aan het boek: El delta  over de Belgische architectuur in Argentinië en ontwierp ook de interessante stadplannetjes Art Deco en Art Nouveau in Buenos Aires, waar de vorige en nieuwe voetrally op gebaseerd is.

De heer Op de Beeck is projectleider van de stadsverfraaiing in Brussel in het kader van 'een leefbare stad'. Hij begon zijn uiteenzetting met de urban geschiedenis van Brussel. In de jaren 50-60 begon men met de afbraak in het kader van de Noordruimte, of Noordwijk, dit om plaats te maken voor een zakendistrict gestoeld op het idee van La Défense in Parijs en The Docklands in Londen. Hierdoor werden vele volkswijken ontruimd en afgebroken. Er kwam een volksverhuizing op gang van meer dan 15.000 mensen. Deze mensen trokken naar kleinere gemeenten rond Brussel. De gemeenten Sint-Joost-ten-Node, Schaarbeek en Brusselcentrum werden ontruimd. Toen werd er ook de kleine ring en het Noordstation aangelegd. Wolkenkrabbers en hoogbouw vierden hoogtij.

Vanaf midden de jaren '60 werd er gedacht en gewerkt aan een vernieuwingsplan voor de hele P1220304.JPGNoordwijk, het Manhattanplan. De besprekingen liepen op z'n Belgisch, traag en vol valkuilen. Vooral de oplossing voor de duizende mensen die moesten verplaatst worden, was moeilijk te vinden. De voormalige eerste minister Paul Vanden Boeynants hakte de knoop door en de Noordwijk werd van volkse buurt omgevormd tot stijve kantoorwijk (50ha). Het scheelde zelfs niet veel of men kreeg achter de Grote Markt van Brussel een autostradeknooppunt. De eerste gebouwen werden in 1976 geopend. De ene toren na de andere werd gepoot: World Trade Center, de Belgacom torens, de North Galaxy Torens, het Ellipse gebouw, de Zenith, men ging verder en in 2006 kregen we de Dexia-toren en de Covent Garden toren.

imagesb.jpgHet plan kreeg met de jaren meer kritiek. In de jaren 80 werd de politiek van Brussel hervormd. Brussel werd in 1989 een (Hoofdstedelijk) gewest en de plaatselijke politiekers kregen meer zeggingschap en (hopelijk) meer inzicht in de plaatselijke noden. Men begon toen om bepaalde torens weer af te breken, verdiep per verdiep, zodat de grote markt en het stadhuis terug ruimte kreeg. Dit gebeurde zelf op privé initiatief van verschillende verzekeringsmaatschappijen. De wonde van de Noordwijk is nog steeds zichtbaar in Brussel. De volksverhuizing heeft zijn sporen nagelaten, niet in het centrum, wel in de deelgemeenten rond het centrum. Het verschil met Parijs en andere Hoofdsteden is dat er in Brussel armoede en onleefbaarheid bestaat dicht bij het centrum, terwijl in andere hoofdsteden de onleefbaarheid en armoede in de periferie of in de rand van de stad ligt.

Zoals Anderlecht. Een rode zone op het plan van onleefbaarheid. In 1994 werd onder invloed van de gewestregering een plan opgesteld om deze wijken uit de rode sfeer te halen. Men begon met 'wijkcontracten'. Deze contracten werden gemaakt tussen de inwoners van de rode zone, de lokale politiekers en buurtwerkers, architecten urbanisatoren en de gewestregering. Per wijkcontract wordt er 12 miljoen euro door het gewest ter beschikking gesteld, de plaatselijke overheid, in dit geval van Anderlecht, moet hiervoor 1 miljoen bij leggen. Als het wijkcontract getekend is, begint de ploeg van de heer Op de Beeck aan een analyse dat in 1 jaar klaar moet zijn. In deze analyse moet reeds een budget opgesteld worden. Daarna krijgen ze 4 jaar om de geplande verbeteringen uit te voeren en te organiseren. Als het niet klaar is, of de uitbesteding van de subsidies zijn niet opgebruikt, moet de projectleider de subsidies teruggeven aan het gewest.

urbanisatie.jpg

Een race tegen de klok.

Om alles rond te krijgen in 4 jaar, moet er hard gewerkt worden. Het wijkcontract houdt zich vooral bezig met de leefbaarheid van de urbanisatie: heraanleg van parken en pleinen, open straten worden heraangelegd om de snelheid en het wildparkeren tegen te gaan. Er komen speelplaatsen, groen en kunst in het straatbeeld. Oude en vervallen huizen worden opgeknapt of heropgebouwd. Dit worden dan sociale woningen met ruimte voor clublocalen voor plaatselijke organisaties. Elke maand worden de vorderingen en de plannen voorgelegd aan een wijkvergadering die speciaal voor dit doel opgesteld wordt.

Kritiek

Zulke initiatieven hebben een visie, en elke visie is onderhevig aan een andere visie ofte kritiek. In Anderlecht is meestal gekozen om moderne architectuur te mengen met de oude. Voor sommigen is dat het einde, voor andere het begin van een ramp. Ook sport en de kunst krijgt een plaats. In 1 van de wijken werd een wedstrijd georganiseerd voor kunstige zitbanken, dit mondde uit op een speelse en een prachtige bank. De straten krijgen meer groen, niet alleen door aanplanting van bomen, ook door bloembakken. De straatverlichting wordt zo ecologisch mogelijk gehouden zonder de veiligheid uit het oog te verliezen. Indirect licht, geen storende verlichtingspalen en geel fel licht.

Sensibilisering

In een leefbare stad staat uiteraard de mens centraal. Daarom is de sensibilisering enorm belangrijk. Sociale projecten worden georganiseerd, bv het inschakelen van langdurige werklozen, ex gevangenen of illegalen om stoepen en straten her aan te leggen of gevels van staatsgebouwen op te kuisen. Hierdoor wordt vooral de klemtoon gelegd op het aanleren van een stiel en om deze mensen in het werksysteem terug een plaats te geven. Het opkuisen van gevels van bijvoorbeeld scholen of ziekenhuizen, heeft als effect dat een deel van de straat mooier wordt zodat de buren aangespoord worden om ook iets aan hun gevel te doen. Het groen in de straat komt niet alleen van geplante boompjes, ook wordt gevraagd aan de inwoners om klimplanten tegen hun gevel te zetten of bloembakken te plaatsen aan hun huis. De verzorging van de boompjes wordt ook gestimuleerd. Hierdoor hoopt men om het wildstorten tegen te gaan en het houliganisme te stoppen. In een verpauperde buurt komen zelfs mensen van een naburige mooiere buurt hun vuil en afval storten: verkrotting is besmettelijk. Andere stimulaties zijn bevoorbeeld stadstuintjes, speelpleinen die onderhouden worden door de buurtbewoners of een kinderorganisatie, de scouts ed.

Onderzoek in Argentinië

Acequias.jpgDe heer Op de Beeck is hier nu om het kanalensysteem van Mendoza te onderzoeken. Hij wil hetzelfde doen in Cureghem, zijn huidig project dat nog in de analysefase zit. De bedoeling is om de hoogbouw sociale woningen te omringen met kanaaltjes die vollopen van het water dat op het dak valt van deze mastadonten. Het zou dan gezuiverd worden en kan als watertoevoer voor het groen dienen. De haalbaarheid is nog niet bewezen. Als de buurtbewoners afval in deze kanaaltjes werpt heeft het een averechts effect, vooral voor de volksgezondheid. De buurtbewoners zijn heel enthousiast over de plannen, en nu wil de heer Op de Beeck zien hoe het werkt in Mendoza om de kanaaltjes proper te houden.

Een avond vol verrassingen: een gezicht van Brussel dat mij onbekend was.