05-11-10

Invloed Belgie/Argentinie, deel II: Textiel van de Inca's met Vlaams tintje

vicuna.jpg

De vicuña poncho is vandaag het meest begeerde product van Europese en Amerikaanse toeristen. In Zuid-Amerika is het een artikel van duizenden jaren van continuïteit en zorgvuldige creativiteit. De vicuna of vicuña is een lamasoort. De betekenis van vicuña is: textiel.

De wol van dit kleine lamaatje is van zeer hoge kwaliteit en zeer fijn. Het werd enkel gebruikt voor de kleding van hooggeplaatsten in het Incarijk. Tot in het midden van de 20ste E werd het geexporteerd naar Engeland, waar vooral de adel het verweefde in hun kleding. De wol wordt bijna nooit geverfd, de natuurlijke kleur is beige, in al zijn schakeringen. Aangezien de vicuña een makkelijke prooi was, werd het sinds de komst van de conquistadores afgeslacht voor zijn heerlijk en fijn vlees.

In 1950 werden er nog maar 10.000 exemplaren geteld in al de landen waar ze voorkomen. Er werd heel vlug een plan tot bescherming opgesteld door Peru. Zij kregen internationale hulp van de Unesco. Deze dieren werden opgenomen in het 'Rode boekje', op de lijst van bedreigde dieren, zonder gevaar voor omgeving, menselijke aanwezigheid en andere diersoorten. In 1969 werd er een vicuña verdrag getekend tussen Chili, Argentinie, Peru en Bolivie, landen waar de vicuña voorkomt. Daarin worden ze onvoorwaardelijk beschermd, zij mogen niet gedood worden, hun vlees mag niet verkocht worden en de wol mag enkel onder strikt toezicht van de staten, verhandeld worden.

De vicuña is uiterst schichtig en onderhevig aan stress. Na een scheerbeurt, als het niet met liefde en tederheid gedaan wordt, sterven de dieren aan een hartstilstand. De statistieken van de dieren die tijdens het scheren sterven, wordt normaal gezien goed in het oog gehouden. De wol wordt verhandeld voor een prijs van 500$(us) per kilo. Uiteraard als het over zoveel geld gaat, is er veel woekerhandel. Vooral in Argentinie klagen de artisanale wevers erover dat de staatsbedrijven op onregelmatige basis scheren en vele vicuñas hieraan sterven. Op de officiele lijsten echter van Argentinie staat het sterftecijfer door het scheren op '0', een unicum. Ofwel zijn de Argentijnse staatsscheerders de bekwaamste….van de wereld, ofwel kunnen ze niet tellen. Couturiers werken graag met deze wol, vooral het huis Ralph Laurent, is een trouwe afnemer.

DSC_0046.JPGZo dit over de vicuña. Nu verder over de band met ons landje. De Andes-textiel is een kunst op zich. In het American Art Museum Isaac Fernandez Blanco (suipacha 1422) hangen een paar voorbeelden van de geschiedenis van de wevers van Peru, Bolivie en het noorden van Chili en Argentinie, uit de derde eeuw voor Christus. De curator van het museum, Ruth Corcuera, heeft een jaar gewerkt om deze stukken bij elkaar te krijgen. Deze textiel zijn wonderen van geduld, de garens werden gebruikt voor zowel herders te kleden als hoog geplaatste Inca-leiders. De wol van de lama, guanaco, alpaca en vicuña werden tussen de vingers gesponnen tot fijne draad waarmee de wevers volgens hun cultuur, speciale motieven en volgens een speciale techniek prachtige kledij maakten. Reeds in de oudste weefsels verschijnen Andes motieven: de triade van de kat, (jaguar), de slang en de vogel. Sinds 1450 is de achtpuntige ster het logo van het Inca-rijk en het symbool van de agrarische cultuur verbonden met de waarnemingen van het heelal.

Met de komst van de conquistadores probeerden wevers ook zijde in hun werken te weven, vooral aan de boorden. In de 7de en 8ste eeuw werd er ook patchwork gebruikt in het weven en werd er batik gebruikt om tekeningen op de stoffen te plaatsen. Deze werken bleven uitzonderlijk goed bewaard door het gunstige klimaat en de mineralen in de grond. Hierdoor is er een schat achtergebleven zodat wij nu deze stukken nog kunnen zien, zelfs met de oorspronkelijke kleuren erop.

Wat ons nu tot ons landje brengt, zijn de wandtapijten die in de coloniale tijd geweven werden. Het wandtapijt van de 'creatie van Eva' is gemaakt in de traditionele Andes-stijl, vermengd met Vlaamse technieken.

 



En castellano:

Los ponchos de vicuña que hoy deslumbran a los turistas europeos y norteamericanos son apenas la continuidad de miles de años de laboriosa creatividad. La muestra Arte textil andino, montada en el Museo de Arte Hispanoamericano Isaac Fernández Blanco (Suipacha 1422), reconstruye la historia de los tejedores del Perú, Bolivia y norte de Chile y Argentina, desde el siglo III antes de Cristo hasta el siglo pasado. La antropóloga Ruth Corcuera, curadora de la exposición, trabajó durante un año para poder reunir y exponer 80 piezas que sorprenden por su variedad y su calidad. Maravillas de la paciencia, estos hilados sirvieron para vestir a pastores de la Puna y a altos personajes de la nobleza inca. Con dedos ágiles, las hilanderas afinaron sin imperfecciones los capullos de algodón y, sobre todo, los vellones de llama, guanaco, alpaca y vicuña, esta última, destinada a la gran alcurnia. En primitivos telares verticales, los tejedores lograron tramas apretadas y parejas, para protegerlos del frío. Una cultura no se trunca y se muere en un período, subraya Corcuera. Ya en los tejidos más antiguos aparecen los motivos andinos: la tríada del felino (el jaguar), la serpiente y el ave. A partir de 1450, la estrella de ocho puntas se convirtió en el logotipo del imperio inca, símbolo de una cultura agrícola vinculada con la observación del cielo.

Con la llegada de los conquistadores, los tejedores trataron de imitar las puntillas e incorporaron la seda, sobre todo en bordes y cordones. Las primeras mujeres españolas les encargaron sábanas y prendas de algodón. Y se cree que fue por la influencia de los esclavos africanos que en el Alto Perú surgió la moda de bandas de 20 centímetros unidas entre sí, formando mantas o ponchos. En los siglos VII y VIII, los artesanos de la cultura Chancay ya aplicaban la técnica del pachtwork, y dibujaban los motivos con la técnica del batik. Gracias a la sequedad del clima y a las condiciones minerales del suelo se han conservado brocados, gasas, tejidos similares al crochet, otros hechos con más de dos agujas y guardas con volumen. El medio ambiente también preservó los vistosos colores, así como las mostacillas que adornan una chuspa (bolsa), confeccionadas con conchillas de spondilus y patas fosilizadas de pájaros. Ya de la época colonial es el enorme tapiz que ilustra la escena bíblica de La creación de Eva, combinando la tradición inca con la de Flandes .



14:07 Gepost door VIA | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.